Niet-familiaire kleine lengte

Soms kan er helemaal geen oorzaak gevonden worden. Een kleine lengte komt niet in de familie voor. De lengte van het kind ligt buiten het streefgebied. De artsen noemen dit een niet-familiaire kleine lengte. Ook hier hangt de uiteindelijke lengte samen met het moment waarop de puberteit begint.

Geen andere oorzaken

Aan de hand van de volgende punten gaat de arts na of er sprake is van een niet-familiaire kleine lengte:

  • De standaarddeviatie score ligt beneden de -2. Dit betekent dat het kind kleiner is dan 98 % van zijn of haar leeftijdgenootjes.
  • De lengte ligt buiten het streefgebied. De verwachte eindlengte is meer dan 9 centimeter (1,3 SD) onder de streeflengte.

Alle andere mogelijke oorzaken van een kleine lengte zijn dan al uitgesloten. Er is dus geen sprake van een primaire of secundaire groeistoornis en evenmin van een familiaire kleine lengte.

“Het heeft toch iets onbevredigends, zo’n diagnose. Al die ziekenhuisbezoeken, al die onderzoeken… en dan krijg je te horen dat ze niet weten waar het aan ligt. Het is natuurlijk niet voor niks geweest, ik bedoel, ik ben allang blij dat mijn dochtertje niet een of andere ernstige ziekte onder de leden heeft. Maar toch geeft dit een onaf gevoel.”

Puberteit

Net als bij de familiaire kleine lengte is ook hier een tweedeling te maken tussen kinderen met een normale puberteitsontwikkeling en kinderen met een late puberteitsontwikkeling.

Hierboven, bij de informatie over ‘familiaire kleine lengte’, kunt u meer lezen over het verschil tussen een normale en een late puberteit. Een late puberteit komt vaker voor bij de niet-familiaire kleine lengte. Dit wordt dan een constitutionele achterstand in groei en rijping genoemd.

Ook erfelijk

Ouders van ‘late’ pubers zeggen vaak dat ze zelf ook laat in de puberteit kwamen. Mogelijk is een late puberteitsontwikkeling ook erfelijk. Er is nog geen wetenschappelijk bewijs gevonden dat dit vermoeden kan bevestigen.

“Mijn zoontje is nogal klein. Volgens de artsen is er geen sprake van een groeistoornis, maar ik maak me er toch zorgen over. Laatst had ik het er met mijn vader over. Toen zei mijn vader dat hij vroeger ook de kleinste van de klas was. Tot zijn veertiende, want toen begon hij ineens enorm te groeien. Ik vond het wel een grappig verhaal. Mijn vader is nu helemaal niet klein meer. Hij heeft een heel gemiddelde lengte. Misschien gaat dat met mijn zoontje straks ook wel gebeuren.”